
Benjamin Gemin (35), in de muziekwereld bekend als rapper Krulle, verloor zijn zus, zijn nichtje en een van zijn beste vrienden door zelfdoding. Met een speciaal nummer voor 113 Zelfmoordpreventie en meer nieuwe muziek wil hij het taboe op praten over mentale problemen doorbreken.
“Ik heb in mijn leven meer mensen verloren door zelfmoord en geweld, dan door natuurlijke oorzaken”, zegt Benjamin, ongeveer halverwege de ontmoeting. Dat is niet bedoeld om te choqueren. Een beeldspraak is het ook niet. Voor hem is het de kille realiteit.
De energie spat van hem af. Openhartig vertelt hij over zijn leven. Over schietpartijen. Hoe hij op een dag met een baby in zijn armen moest weg duiken voor kogels. Over ‘telefoontjes die je wereld op zijn kop zetten’: weer iemand van wie hij hield die uit het leven was gestapt.
De VaderLoze Troepe
Eén keer tijdens de ontmoeting draait hij zijn hoofd weg om zijn tranen achter de klep van zijn pet te verbergen. Ze vloeien niet voor iemand die hij verloor, maar juist voor iemand die hij kon redden. Maar daarover verderop meer.
Benjamin groeide op in Kraaiennest. De wijk in Amsterdam-Zuidoost staat in de rest van het land bekend als onrustig, gevaarlijk zelfs. Hij noemt het ‘een warme plek vol warme mensen’. Van jongs af aan maakte hij muziek met zijn vrienden. VaderLoze Troepe, noemden ze hun rapgroep. “Dat vertelt wel een verhaal, hè?”
Op de middelbare school, de havo op de Openbare Scholengemeenschap Bijlmer, leerde hij zijn beste vriend Raoul kennen, met wie hij het succesvolle rapduo Dret & Krulle vormde. “Een mooie jeugd”, zegt hij daarover. “Zorgeloos. Ik kwam nooit iets tekort. De rottigheid kwam later.”
Hij werd opgevoed door zijn moeder Mildred, een ‘geweldige moeder’. Maar de ‘extended family’ was veel groter. Zijn vader had twee oudere zoons en een dochter, bij andere moeders. Na hem kwamen nog eens twee zoons. “Ik ben Malcolm in the middle.”
Een brancard met een laken erover
De verschillende moeders hadden goed contact met elkaar, vertelt Benjamin. “Ik ging ook met mijn broers en zus om. Soms haalde mijn vader ons allemaal op om leuke dingen te gaan doen.”
Het verdriet in de familie sloeg voor het eerst in alle hevigheid toe in 2007. Zijn enige zus Jane – die in de media de bijnaam ‘Bijenkorfmoeder’ zou krijgen – wierp zich in de Bijenkorf in Amsterdam van grote hoogte naar beneden. Ze had op dat moment haar dochtertje in haar armen. Benjamins nichtje overleefde dat niet, maar zijn zus wel.
“Ik was daar toevallig met een vriend om de hoek in een coffeeshop”, zegt hij. “We gingen naar buiten toen we sirenes hoorden. Ik zag een brancard met een laken erover, en nog eentje met iemand erop vastgesnoerd.”

Pas toen hij thuiskwam en een broer hem huilend opbelde – zet gauw het nieuws aan! – realiseerde hij zich dat het om zijn zus en nichtje ging. “Dat verdriet is moeilijk te beschrijven.”
Zij verbleef daarna eerst een poosje in een psychiatrische inrichting. Nadat ze zichzelf daaruit ontslagen had, werd ze vastgezet door justitie met een tbs-maatregel.
Wegduiken voor een kogelregen
Het verhaal van zijn zus krijgt een vervolg, maar eerst sloeg een ander noodlot toe. In september 2009 zat de vriendengroep bij een speeltuintje in Kraaiennest. Zijn vriend Ishmael Gumbs had die middag een woordenwisseling gehad. “Ik zat met Ishmaels kind in mijn armen op een bankje”, vertelt Benjamin. “Iemand kwam verhaal halen, met wapens. Ishmael liep ernaartoe. Opeens begon het schieten. Ik liet me, met die baby van twee maanden oud tegen mijn borst, achterovervallen, uit the line of fire. Maar Ishmael overleefde het niet.”
Precies in deze tijd beleefde het rapduo Dret & Krulle een bloeiperiode. In 2009 wonnen ze de Grote Prijs van Nederland in de categorie hiphop. “We hadden in september het nummer Verder uitgebracht, met een videoclip waarin Ishmael ook te zien was. De website Geenstijl schreef een artikel over hem, en linkte naar die video. Het is een wrange samenloop, maar mede daardoor ging dat nummer vliegen.”
Weer zo’n telefoontje
Weer een paar jaar later, 20 augustus 2012, was er weer een dodelijke schietpartij. Nu was zijn oudste broer het slachtoffer. Dat gebeurde in de wijk Gein, ook in Amsterdam-Zuidoost. “Ik werkte toen bij de marechaussee en woonde bij de kazerne in Oirschot. Daar kreeg ik telefoon: je broer is neergeschoten. Ik vroeg: waar ligt hij? Toen was het antwoord: nee, je begrijpt het niet…”

De reden: een ruzie ‘om iets doms’. Meer kan hij er niet over zeggen. “Het was zinloos. Totaal zinloos. Die shit doet pijn, weet je. Echt veel pijn.”
Alsof dat nog niet genoeg was: zes maanden later kreeg hij weer ‘zo’n belletje’. Zijn zus Jane was kort daarvoor vrijgelaten uit de gevangenis. Op treinstation Spaarnwoude bij Haarlem had ze zich voor een trein geworpen. “Weer die pijn.”
Schuldgevoel over die kleine
Wat haar daartoe dreef? “Een combinatie van dingen. De eerste keer mentale problemen. Die meid heeft veel meegemaakt, een zware weg gehad. Vervolgens relatieproblemen. Geen huis kunnen vinden. Dat stapelt op. En later: schuldgevoel om wat er met die kleine was gebeurd.”
Hij zegt met veel liefde aan haar terug te denken. “Ze kon ook zo lief zijn, weet je. Het is verdrietig. We zijn allemaal om haar heen gaan staan, ze heeft ook nog een tijdje bij mijn moeder gewoond, want daar voelde ze zich fijn. Maar uiteindelijk was ze niet te redden.”
